Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 september 2017 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Senzer, burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Eiser ontving sinds 23 mei 2013 een bijstandsuitkering in de zin van de Pw en stond sinds 17 juni 2016 ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) op het adres [adres] . Eiser huurde een kamer van [persoon] voor € 300,- per maand. De huurovereenkomst ging in per 1 juni 2016. Eisers kamer bevond zich boven een café genaamd [café] (met het adres [adres] ). Op dit adres stond ook [persoon] ingeschreven.
Bij het aanvullend bezwaarschrift van 4 april 2017 heeft eiser een verklaring van [persoon] , zijn begeleider van Nora Zorg, overgelegd, waarin staat dat de afspraken in november en december 2016 op eisers woonadres op de [adres] plaatsvonden.
”. Verweerder heeft vervolgens op 12 juli 2017 (2 weken na de uitspraak van de voorzieningenrechter) de machtiging tot binnentreden in de woning op het adres [adres] ingestuurd, waarvan een afschrift is verzonden aan eisers gemachtigde, die hierop niet meer heeft gereageerd.
Van de machtiging tot binnentreden is gebruik gemaakt bij het binnentreden van de vijf kamers op de eerste verdieping, waaronder de kamer die eiser stelt te huren.