Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
V.I. zaaknummer: 99/000437-24
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en
diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personenVerklaart verdachte hiervoor strafbaar.
T.a.v. feit 1, feit 2:Gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht.
T.a.v. feit 2:Maatregel van schadevergoeding van € 1.651,51 subsidiair 26 dagen hechtenis.
[slachtoffer], van een bedrag van € 1.651,51 (zegge: duizendzeshonderdéénenvijftig euro en éénenvijftig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 26 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van
vrijheidsstrafdie als gevolg van de toepassing van de regeling voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, alsnog moet worden ondergaan, te weten voor de duur van
392 dagen.