Op 6 oktober 2016 heeft verdachte te Cuijk het slachtoffer met meerdere messteken in borst, buik en been gedood. Verdachte verklaarde dat hij handelde uit noodweerexces nadat het slachtoffer hem aanviel met een mes. De rechtbank oordeelde echter dat het scenario van noodweer onvoldoende aannemelijk was op basis van getuigenverklaringen, sporenonderzoek en de omvang van de verwondingen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van moord wegens gebrek aan bewijs voor voorbedachte rade, maar achtte doodslag wettig en overtuigend bewezen. Verdachte liet het slachtoffer na de steekpartij hulpeloos achter en bemoeilijkte het onderzoek door te zwijgen en sporen te verwijderen.
Psychiatrisch en psychologisch onderzoek concludeerden dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar was. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 11 jaar op, lager dan de eis van 13 jaar, rekening houdend met de ernst van het feit en persoonlijke omstandigheden.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van materiële schadevergoeding aan de nabestaanden en werd het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis afgewezen. De straf weerspiegelt de ernst van het feit en het leed voor de nabestaanden.