De rechtbank Oost-Brabant behandelde het beroep van eiser tegen een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Asten wegens overtredingen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit emissiearme huisvesting.
Eiser had zonder geldige omgevingsvergunning legkippen gehuisvest in drie pluimveestallen en handelde daarmee in strijd met de revisievergunning. De rechtbank oordeelde dat de gebruikte wettelijke grondslag in het handhavingsbesluit onjuist was, omdat de inrichting een type C inrichting betreft waarvoor geen omgevingsvergunning beperkte milieutoets vereist is volgens artikel 2.2a, vierde lid, van het Besluit omgevingsrecht.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het bezwaar gegrond voor de eerste grondslag, maar handhaafde de last onder dwangsom omdat eiser bewust een tweede legronde kippen hield na het einde van de eerste ronde. De rechtbank vond dat een agrariër enige tijd moet krijgen om een lopende legronde af te maken, maar dat deze tijd niet onbeperkt is. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser.