ECLI:NL:RBOBR:2017:6076
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijke brandstichting met levensgevaar, vernieling en bedreiging
Op 5 maart 2017 stichtte verdachte opzettelijk brand in een pand te Velp, waarbij levensgevaar voor medebewoners en omwonenden te duchten was. Tevens vernielde hij ruiten en inboedel van het pand en bedreigde hij een brandweercommandant door voorwerpen naar hem te gooien.
De rechtbank achtte de bewezenverklaring wettig en overtuigend vastgesteld op basis van verklaringen van getuigen, verbalisanten en verdachte zelf. De verdediging voerde onder meer aan dat brandstichting niet gevaarlijk was en dat bedreiging niet bewezen kon worden, maar deze verweren werden verworpen.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van de feiten, de materiële schade, het levensgevaar en de maatschappelijke impact. Tegelijkertijd werd vermindering van toerekeningsvatbaarheid vastgesteld vanwege een depressieve stoornis en een poging tot zelfdoding. De straf werd vastgesteld op 20 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden waaronder ambulante behandeling en reclasseringstoezicht.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat onvoldoende causaal verband kon worden vastgesteld en de civiele weg passend werd geacht. De rechtbank wees de verzoeken tot opheffing en schorsing van voorlopige hechtenis af.
Het vonnis werd uitgesproken door de rechtbank Oost-Brabant op 17 november 2017, waarbij verdachte werd veroordeeld voor opzettelijke brandstichting met levensgevaar, vernieling en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden.