Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding van 13 oktober 2017 met producties 1 tot en met 6;
- de brieven van 13 november 2017 van mr. Goorts met producties 7 tot en met 11;
- de conclusie van antwoord van 13 november 2017 van mr. Van de Sande met producties 1 tot en met 7;
- de brief van 13 november 2017 van mr. Van Heijningen met producties 1 tot en met 11;
- de mondelinge behandeling van 15 november 2017 te 9.30 uur, waarbij mr. Goorts namens [eiser] de eis heeft verminderd;
- de pleitnota van mr. Goorts namens [eiser] ;
- de pleitnota van mr. Van de Sande namens de Gemeente;
- de pleitnota van mr. Van Heijningen namens de Provincie.
2.De feiten
3.Het geschil
- worden schadeposten opgevoerd die niet voor vergoeding in aanmerking komen,
- wordt uitgegaan van een schadeperiode die ingevolge het tussenarrest van het hof ongeveer 2,5 jaar te lang is,
- wordt uitgegaan van onjuiste aannames met betrekking tot de baten van de teelt (onder andere ten aanzien van teeltoppervlakte, opbrengst per m2 en gemiddelde prijs per kg),
- wordt uitgegaan van onjuiste aannames met betrekking tot de kosten van de teelt,
- wordt voorbijgegaan aan de voordelen die [eiser] heeft genoten doordat hij geen twee kassen heeft gebouwd, die in mindering moeten worden gebracht op de schade;
- wordt miskend dat [eiser] eigen schuld aan het ontstaan van de schade heeft, die noopt tot nihilstelling althans aanzienlijke vermindering van de schadevergoedingsplicht.