Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 december 2017 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
3.1 Omstandigheden laatste aanhouding
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser werd op 2 november 2016 aangehouden met een alcoholpromillage van 1,84 ‰, ruim boven de wettelijke limiet, waarna het CBR zijn rijbewijs ongeldig verklaarde. Psychiater Raedts stelde op basis van een uitgebreid onderzoek de diagnose alcoholmisbruik in ruime zin, mede gebaseerd op het hoge promillage, het gedrag van eiser en zijn alcoholgebruik.
Eiser voerde aan dat het rapport niet voldeed aan de vereiste criteria en dat een contra-expertise van psychiater Kazemier geen alcoholmisbruik vaststelde. De rechtbank oordeelde echter dat het rapport van Raedts voldoende onderbouwd en consistent was, en dat het CBR zich op de juiste gronden baseerde.
De rechtbank verwierp het beroep en benadrukte dat het CBR geen belangenafweging hoeft te maken bij de ongeldigverklaring van het rijbewijs. Het beroep werd ongegrond verklaard en de ongeldigverklaring gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de ongeldigverklaring van zijn rijbewijs wegens alcoholmisbruik wordt ongegrond verklaard.