Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Parketnummer vordering: 01/845417-16
[verdachte]
De tenlastelegging.
(dag onleesbaar)oktober 2017.
terwijl verdachte wist dat dit telaste gelegde feit in strijd met de waarheid was;
1.
2.
1. hij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 01 november 2016 tot en met 19 januari 2017, te Eindhoven en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland,
buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, door die [slachtoffer 5] ontuchtige handelingen te laten verrichten, te weten:
van welke handelingen afbeeldingen zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of (daarbij) middels WhatsApp, in elk geval een soortgelijk medium, voor hem, verdachte, zichtbaar waren;
2.
De formele voorvragen.
Vrijspraak
“Op dinsdag omstreeks 04.00 uur werd verbalisant gebeld door een buurtbewoonster die
De bewezenverklaring.
Parketnummer: 01/879818-16
1. in de periode van 10 april 2016 tot en met 27 juli 2016 te Eindhoven en/of Valkenswaard, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] , met het oogmerk die [slachtoffer 1] , vrees aan te jagen, te weten door: - advertenties op o.a. seks websites te plaatsen met daarop foto’s van voornoemde [slachtoffer 1] en teksten als zijnde afkomstig van voornoemde [slachtoffer 1] en
terwijl verdachte wist dat dit tenlaste gelegde feit in strijd met de waarheid was;
Parketnummer 01/860047-17 :
1.
op 02 januari 2017 te Asten in een besloten erf gelegen aan de [pleegadres 1] en in gebruik bij [slachtoffer 3] , wederrechtelijk is binnengedrongen;
2.
op 15 januari 2017 te Valkenswaard, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 4] (via een WhatsApp-bericht) dreigend de woorden toegevoegd: "Stupid You!! Maybe one week left !! BAM BAM", en daarbij gebruik gemaakt van een profielfoto waarop een meisje met een bloedende schotwond in het hoofd te zien was;
parketnummer 01/860250-17
1.
meermalen, in de periode van 01 november 2016 tot en met 19 januari 2017, te Eindhoven en/of Rotterdam, (telkens) met een persoon die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, te weten:
van welke handelingen afbeeldingen zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en middels WhatsApp, in elk geval een soortgelijk medium, voor hem, verdachte, zichtbaar waren;
2.
op tijdstippen in de periode van 02 juli 2016 tot en met 19 januari 2017, te Eindhoven, in elk geval in Nederland, meermalen, een hoeveelheid afbeeldingen, te weten (een) foto('s) en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) hoeveelheid afbeelding(en),
Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.
De bewijsoverwegingen.
Door de raadsvrouwe is verzocht verdachte vrij te spreken, zij heeft daartoe aangevoerd dat
Met betrekking tot feit 2 met parketnummer 01/860047-17:Door de verdediging is vrijspraak van dit feit verzocht op grond van het volgende. Verdachte heeft verklaard dat de tekst van het Whats-App gesprek dat bij aangeefster [slachtoffer 4] is aangekomen van zijn telefoon afkomstig is. Daarbij betwist hij wel nadrukkelijk dat dit bericht voor haar bestemd was.
Vaststaat dat verdachte het tenlastegelegde bericht via een WhatsApp-bericht heeft verstuurd naar de mobiele telefoon van aangeefster [slachtoffer 4] . Bij dit bericht zat een profielfoto van een meisjesgezicht met een bloedende schotwond in haar voorhoofd. Door [slachtoffer 4] is aangifte gedaan van dit feit en daarin heeft zij aangegeven dat zij zich door dit bericht bedreigd voelde.
Verdachte heeft weliswaar verklaard dat dit bericht bedoeld was voor iemand anders, maar het had dan ook op de weg van verdachte gelegen dat hij omtrent de identiteit van deze persoon openheid van zaken zou hebben gegeven, waardoor het verhaal van verdachte geverifieerd had kunnen worden.
De rechtbank beschouwt deze verklaring van verdachte dan ook als ongeloofwaardig.
De strafbaarheid van het feit.
Hij die met iemand van wie hij weet dat hij in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijk onmacht verkeert, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens lijdt dat hij niet of onvolkomen in staat is zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden of met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen pleegt of laatstgemelde tot het plegen of dulden van zodanige handelingen buiten echt met een derde verleidt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.
(ECLI:NL:HR:2004:AQ0950).In dat geval is wel van belang dat sprake is van “enige voor het plegen van ontucht met die minderjarige relevante interactie tussen de verdachte en die minderjarige”.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
De eis van de officier van justitie.
Met betrekking tot de overige zaken heeft de officier van justitie een gevangenisstraf gevorderd van 15 maanden met aftrek van voorarrest en oplegging van de maatregel tot terbeschikkingstelling met dwangverpleging.
De officier van justitie heeft gevorderd te bepalen dat voor iedere overtreding van deze maatregel 2 weken hechtenis zal gelden en tevens gevorderd dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard. Daarnaast heeft de officier van justitie onttrekking aan het verkeer gevorderd van de inbeslaggenomen goederen, genummerd 1 tot en met 4 op de beslaglijst en verbeurdverklaring van de goederen, genummerd 5 en 6 op de beslaglijst.
Het standpunt van de verdediging.De raadsvrouwe heeft verzocht om, bij bewezenverklaring van meer feiten dan de feiten die door de verdachte zijn bekend, niet een veel langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, te weten bijna een jaar. Eventueel kan deze straf gekoppeld worden aan een forse voorwaardelijke straf met een langere proeftijd van bijvoorbeeld 3 jaar en daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden.
Het oordeel van de rechtbank.
Hiermee heeft de verdachte dit slachtoffer aangetast in haar eer en goede naam.
Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij dit heeft gedaan omdat hij kwaad was op de moeder van het slachtoffer die de relatie met hem had verbroken. De rechtbank neemt het verdachte uitermate kwalijk dat hij zijn boosheid hierover heeft afgereageerd op een toen 13-jarig meisje. Het moet voor haar uiterst vervelend en kwetsend zijn geweest dat zij telefoontjes heeft ontvangen van mannen die dachten te reageren op een advertentie van het slachtoffer en die seks met haar wilden hebben.
Met betrekking tot de bewezenverklaarde feiten onder parketnummer 01/860047-17:Verdachte heeft zich op 2 januari 2017 schuldig gemaakt aan erfvredebreuk op het erf van [slachtoffer 3] . Zij en haar minderjarige dochters hebben hinder en angst ondervonden van de inbreuk die is gemaakt op hun huisrecht.
De op te leggen maatregel.
De rechter zal zich daarbij in zeer sterke mate moeten laten leiden door de bevindingen en conclusies van gedragsdeskundigen, maar als de gedragsdeskundigen aan de grenzen komen van wat zij vanuit hun wetenschap nog kunnen verantwoorden, zal de rechter zijn eigen verantwoordelijkheid moeten nemen voor zover de wet hem daartoe ruimte geeft. De wet noch de jurisprudentie vereist dat de stoornis wordt geclassificeerd volgens het handboek DSM-IV en dat deze dient te worden vastgesteld door een gedragsdeskundige. Dit betekent dat in het uiterste geval de rechter, uiteraard slechts met grote behoedzaamheid, tot de vaststelling van een stoornis kan komen, ook al kunnen de gedragsdeskundigen op basis van de voor hen geldende wetenschappelijke criteria en tuchtrechtelijke normen niet tot die conclusie komen. Voor zijn beslissing dient de rechter dan wel voldoende steun te vinden in hetgeen gedragsdeskundigen zo mogelijk wel hebben kunnen vaststellen en hetgeen de rechter verder aan feiten en omstandigheden is gebleken met betrekking tot de persoon van verdachte.”.
Wanneer het dossier (inclusief de beschikbare rapportages) van betrokkene wordt bekeken, lijkt het waarschijnlijk dat er wel degelijk sprake is van persoonlijkheidspathologie. (…)
Indien er inderdaad sprake is van persoonlijkheidspathologie, achten onderzoekers de hypothese het meest waarschijnlijk dat betrokkene lijdende is aan een persoonlijkheidsstoornis in het zogenaamde B-cluster. Hieronder vallen onder meer de antisociale, narcistische en borderline stoornis.
Rapportage pro Justitia (tbs-opleggingsrapportage, H. L. C. Morre, psychiater,
Verzoek Herplaatsing dr. H. van der Hoevenkliniek, d.d. 04.01.2006
Verlengingsadvies de Kijvelanden, A. M. van der Loo, psychiater, 22 mei 2006
Rapportage pro Justitia, L. van Seggelen, psychiater, d.d. 26 mei 2008
Rapportage pro Justitia, R. de Vries, psycholoog, d.d. 24 april 2013
6.jaars verlengingsrapportage 1. Maksimovic, psychiater, d.d. 19 mei 2013
Verzoek Herplaatsing dr. H. van der Hoevenkliniek, d.d. 04.01.2006Diagnose: misbruik van diverse middelen in remissie, antisociale persoonlijkheidsstoornis met borderline en narcistische trekken.Geconcludeerd wordt dat er sprake is van ernstige persoonlijkheidsproblematiek met als kenmerken heftige agressieve impulsen, een gebrekkige gewetensvorming en een uiterst negatief overgecompenseerd zelfbeeld. In de leefgroep is betrokkene overvraagd.
Verlengingsadvies de Kijvelanden, A.M. van der Loo, psychiater, 22 mei 2006
Psychodiagnostisch onderzoek Woenselse Poort, GGzE, d.d. 03 februari 2015
Daarnaast zijn er aanwijzingen voor een antisociale persoonlijkheidsstoornis, maar onvoldoende aanwijzingen voor de eerder gediagnosticeerde borderline persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken.
Rapportage pro Justitia tbs, L.H.WM. Kaiser, psychiater, d.d. 04 mei 2015
Uit het reclasseringsrapport d.d. 20 september 2016:De heer [verdachte] kwam in het verleden regelmatig met justitie in aanraking in verband met antisociaal gedrag, waarbij er ook enkele keren sprake geweest is van (verbaal) geweld.Uit het laatste psychodiagnostisch onderzoek d.d. 03 februari 2015, uitgevoerd door K.H.]. Duchateau (psycholoog in opleiding) en A,D.G.H. Gruijters (gezondheidspsycholoog) komt de volgende informatie naar voren:In het huidige onderzoek komen aanwijzingen naar voren voor een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Er is sprake van veelvuldige ernstige delicten in de voorgeschiedenis. Meneer is niet in staat zich te conformeren aan de maatschappelijke norm. De in eerdere rapportages genoemde kenmerken zoals weinig doorleefde gevoelens, een egocentrische instelling, problematische aanpassing aan regels en normen, een grote autonomiebehoefte en een afgeschermde belevingswereld, zouden verklaard kunnen worden vanuit een autismespectrumstoornis.Agressie is mogelijk het gevolg van rigiditeit en problemen met de ‘theory of mind’, waardoor meneer anderen vaak niet begrijpt. Er zijn echter geen onderzoeksinstrumenten gericht op persoonlijkheidsproblematiek gebruikt in het huidige onderzoek.
Het oordeel van de rechtbank.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] . De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] . De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] . De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.
Beslag.De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting - dit voorwerpen zijn met betrekking tot welke de feiten zijn begaan en deze voorwerpen ten tijde van het begaan van de feiten aan verdachte toebehoorden.
Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01/845417-16.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
T.a.v. 01/879818-16 feit 1, feit 2, feit 3, 01/860047-17 feit 1, feit 2,01/860250-17 feit 2:Gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27
Terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging