Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 december 2017 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
louterfinancieel belang gaat.
Rechtbank Oost-Brabant
Verzoeker exploiteert een eetcafé en kreeg van de burgemeester een besluit tot intrekking van zijn Drank- en Horeca-, exploitatie- en aanwezigheidsvergunning. Na bezwaar en voorlopige voorziening werd de Drank- en Horecavergunning niet langer bestreden, waardoor het geschil zich richt op de exploitatie- en aanwezigheidsvergunning.
De burgemeester baseerde de intrekking op een verandering van omstandigheden, waaronder het feit dat verzoeker als verdachte is aangehouden wegens mishandeling van politieagenten en eerdere veroordelingen voor rijden onder invloed en rijden zonder rijbewijs. Volgens de burgemeester voldoet verzoeker daardoor niet meer aan de eis van goed levensgedrag, wat relevant is voor het behoud van de vergunningen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester deze feiten en omstandigheden terecht heeft betrokken, ook al zijn sommige feiten nog niet door de strafrechter beoordeeld. De intrekking is noodzakelijk geacht vanwege de belangen van openbare orde en bescherming van het woon- en leefklimaat. Verzoekers argumenten over onvoldoende motivering en het niet mogen betrekken van strafrechtelijke feiten worden verworpen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en ook het verzoek om schadevergoeding wordt niet toegewezen omdat geen sprake is van een onrechtmatig besluit. Verzoeker heeft nog de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de exploitatie- en aanwezigheidsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening en schadevergoeding afgewezen.