Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs.
Ik ben geen dealer maar ik heb wel paar keer cocaïne verkocht. Ik denk 2 of 3 keer.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en maatregel.
.Het gedrag van verdachte heeft grote indruk gemaakt op de aangever en op zijn aanwezige collega’s. De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij zich zo heeft misdragen tegenover een medewerker van de gemeente, een man die gewoon zijn werk deed, en dat hij deze man heeft geïntimideerd en hem angst heeft aangejaagd.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .
Beslag.
Toepasselijke wetsartikelen.
Voorlopige hechtenis.
DE UITSPRAAK
T.a.v. 01/879865-16:medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd T.a.v. 01/860416-17:bedreiging met zware mishandeling De rechtbank verklaart verdachte hiervoor strafbaar en legt op de volgende straf en maatregel.
T.a.v. 01/879865-16, 01/860416-17:Gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27Wetboek van Strafrecht.
geldbedraggroot
€ 1560,17 aan verdachte. Maatregel van schadevergoeding van € 150,00subsidiair 3 dagen hechtenis.