ECLI:NL:RBOBR:2017:920
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen en medeplichtigheid bij vervoer cocaïne in taxi
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het medeplegen en medeplichtigheid bij het buiten Nederland brengen en vervoeren van cocaïne in oktober 2015. Verdachte zou met zijn taxi verdovende middelen hebben afgeleverd in een loods in Best, waarna deze verder werden vervoerd naar Engeland.
De officier van justitie eiste 42 maanden gevangenisstraf, terwijl de verdediging volledige vrijspraak bepleitte. Uit het dossier bleek dat de taxi met het kenteken op 10 oktober 2015 in de loods was en dat cocaïne uit een verborgen ruimte in de taxi werd overgeladen in een vrachtwagen met Pools kenteken. Verdachte was bestuurder van de taxi en werkzaam bij de vof eigenaar van de taxi.
Verdachte heeft zich grotendeels beroepen op zijn zwijgrecht en ontkende ter zitting dat hij op die dag in de loods was. Hij verklaarde zijn taxi te hebben verhuurd aan een derde, die hem bedreigde na inbeslagname. De rechtbank vond het alternatieve scenario niet onwaarschijnlijk en constateerde dat er geen sluitend bewijs was dat verdachte daadwerkelijk de bestuurder was op die dag.
Er was geen beeld- of geluidsmateriaal, noch herkenning door medeverdachten. De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij het vervoeren van cocaïne.