Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[naam rechthebbende]te [woonplaats] ,
1.De procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 24 november 2016.
Rechtbank Oost-Brabant
De zaak betreft een medische fout waarbij drie tanden onterecht werden verwijderd door een kaakchirurg, waarna een geschil ontstond over de vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Verzoekster, vertegenwoordigd door haar bewindvoerder, vorderde een aanvullend voorschot van ruim €11.000 voor haar advocaatkosten. Het ziekenhuis had reeds een aanzienlijke vergoeding betaald en erkende aansprakelijkheid voor de fout.
De rechtbank overwoog dat de omvang van de schade nog niet vaststaat maar naar verwachting beperkt zal zijn. De reeds betaalde voorschotten door het ziekenhuis zijn substantieel en de rechtbank achtte het niet aannemelijk dat een hoger voorschot gerechtvaardigd is. Tevens werd de handelwijze van de advocaat van verzoekster als onconstructief beoordeeld, wat de kans op een hogere vergoeding verder verkleinde.
Daarnaast werd het verzoek tot vergoeding van de proceskosten van het deelgeschil afgewezen omdat het deelgeschil onterecht was ingesteld. Ook het verzoek tot vergoeding van het griffierecht werd afgewezen. De rechtbank besloot het verzoek tot aanvullend voorschot buitengerechtelijke kosten, proceskosten en griffierecht te weigeren.
Uitkomst: Het verzoek tot een aanvullend voorschot buitengerechtelijke kosten en vergoeding van proceskosten wordt afgewezen.