ECLI:NL:RBOBR:2017:96
Rechtbank Oost-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen griffierecht na splitsing civiele zaken en doorverwijzing naar meervoudige kamer
Veolia Transport Nederland Holding B.V. en aanverwante vennootschappen hebben verzet ingesteld tegen de hoogte van het griffierecht dat is geheven na de splitsing van hun civiele procedure in vijf afzonderlijke zaken. De oorspronkelijke procedure was bij één dagvaarding gestart bij de kantonrechter, die de zaak vervolgens splitste. Veolia c.s. betoogde dat slechts éénmaal griffierecht verschuldigd zou zijn omdat zij bij één advocaat verschenen.
De rechtbank stelt vast dat de splitsing door de kantonrechter onherroepelijk is en dat er sprake is van vijf afzonderlijke zaken. Bij verwijzing naar de meervoudige civiele kamer zijn deze zaken afzonderlijk aanhangig gemaakt, waardoor het tarief voor onbepaalde waarde per zaak van toepassing is. Daarnaast bevatten de vorderingen ook een boetebepaling van €1.825.000, wat het belang van de zaak verhoogt.
De rechtbank oordeelt dat het griffierecht conform het hoogste tarief terecht is geheven in elk van de vijf zaken en verklaart het verzet van Veolia c.s. ongegrond. De beslissing is genomen door mr. E.J.C. Adang en op 6 januari 2017 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzet tegen het geheven griffierecht na splitsing van de zaak is ongegrond verklaard.