AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling wegens verkrachting stagiair door stagebegeleider met misbruik gezagsverhouding
De rechtbank Oost-Brabant heeft op 16 maart 2018 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die als stagebegeleider een stagiair in een afhankelijke positie misbruikte. Verdachte heeft het slachtoffer op drie verschillende momenten gedwongen tot het ondergaan en verrichten van diverse seksuele handelingen, waaronder verkrachting.
Het bewijs bestond uit gedetailleerde en consistente verklaringen van het slachtoffer, camerabeelden die de aanwezigheid en bewegingen van verdachte en slachtoffer bevestigen, getuigenverklaringen over het gedrag van verdachte, en forensisch DNA-onderzoek dat spermasporen van verdachte op de plaats delict aantoonde. De rechtbank verwierp de verdediging die de betrouwbaarheid van het slachtoffer betwistte.
De rechtbank oordeelde dat verdachte misbruik maakte van zijn positie als stagebegeleider, zijn geestelijk overwicht en de ontwikkelingsstoornis en kwetsbaarheid van het slachtoffer. Verdachte gebruikte dreigementen om het slachtoffer onder druk te zetten. Gezien de ernst van het delict en de impact op het slachtoffer legde de rechtbank een gevangenisstraf van 30 maanden op, met aftrek van voorarrest, en een schadevergoeding van €3.560,39.
De rechtbank benadrukte de ernstige aantasting van de lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer en nam de persoonlijke omstandigheden van verdachte mee bij de strafmaat. De schadevergoeding omvat zowel materiële als immateriële schade en wordt verhoogd met wettelijke rente.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf en betaling van €3.560,39 schadevergoeding wegens verkrachting van een stagiair.
Voetnoten
1.Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgenomen in het einddossier van de politie Oost-Brabant, Dienst Regionale Recherche (OB), Afdeling Thematische Opsporing (OB), Team Zeden (OB), genummerd PL2100-2017075809, aantal pagina’s: 1 tot en met 127. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen opgenomen in genoemd einddossier.
2.Het proces-verbaal verhoor getuige/aangever [slachtoffer] d.d. 13 april 2017, opgesteld door [verbalisant 6] en [verbalisant 7] , op p. 58-66 van het dossier.
3.Het proces-verbaal aangifte door [moeder slachtoffer] (moeder van aangever), opgesteld door [verbalisant 7] d.d. 14 april 2017, op p. 51-55 van het dossier, alsmede de fotobijlage van het van aangever ontvangen WhatsApp-bericht op p. 56 van het dossier.
4.Het proces-verbaal van bevindingen uitlezen camerabeelden d.d. 8 mei 2017, opgesteld door [verbalisant 1] , op p. 110-111 van het dossier.
5.Het proces-verbaal verhoor [getuige 1] d.d. 2 mei 2017, opgesteld door [verbalisant 8] en [verbalisant 1] , op p. 67-70 van het dossier.
6.Het proces-verbaal verhoor [getuige 2] d.d. 30 juni 2017 op p. 77-79.
7.Het proces-verbaal verhoor [getuige 3] d.d. 13 mei 2017, opgesteld door [verbalisant 8] , op p. 71-72 van het dossier, alsmede de aangehechte plattegrond rijrichting 2 mannen op p. 73 van het dossier.
8.Het proces-verbaal verhoor [getuige 4] d.d. 9 mei 2017, opgesteld door [verbalisant 1] , op p. 74-76 van het dossier.
9.De beroepspraktijkvormingsovereenkomst tussen het [school] en [bedrijf] d.d. 12 september 2016, op p. 122-127.
10.Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 24 april 2017, opgesteld door [verbalisant 3] [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , op p. 83-87 van het dossier.
11.Het NFI-rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een aangifte van een zedenmisdrijf gepleegd in Helmond op 4 april 2017 d.d. 4 juli 2017, opgesteld door ing. J.L.W. Dieltjes, op p. 118-121 van het dossier.