Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte (rechtspersoon)] .,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs
[vertegenwoordiger verdachte] , vertegenwoordiger van verdachte, verklaarde ter terechtzitting van 26 maart 2018 onder meer het volgende:
Proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 1] d.d. 8 juli 2016, onder meer inhoudende [4] :
Proces-verbaal van verhoor van verdachte [vertegenwoordiger verdachte] d.d. 18 april 2017, onder meer inhoudende [5] :
als opdrachtgeverniet zodanige maatregelen heeft getroffen dat de coördinator voor de uitvoeringsfase zijn/haar taken bedoeld in artikel 2.31 van het Arbobesluit naar behoren uitoefende. Artikel 2.33 van het Arbobesluit bepaalt echter dat deze zorgplicht aan de uitvoerende partij is toegedicht.
Als opdrachtgeverwas verdachte derhalve niet verplicht om zorg te dragen voor naleving van artikel 2.31 van het Arbobesluit. De rechtbank spreekt de verdachte dan ook vrij ten aanzien van dit onderdeel van het ten laste gelegde.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van de feiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
T.a.v. feit 1:overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 16 van Pro deArbeidsomstandighedenwet, opzettelijk begaan door een rechtspersoon.
T.a.v. feit 2:medeplegen van aan zijn schuld de dood van een ander te wijten zijn, begaan door eenrechtspersoon. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
T.a.v. feit 1, feit 2:Geldboete van € 40.000,00 (zegge: veertigduizend euro).
€ 10.000,00(zegge: tienduizend euro), niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een
proeftijd van twee jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.