Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[bedrijf 1] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs
[medeverdachte] , vertegenwoordiger van verdachte, verklaarde ter terechtzitting van 26 maart 2018 onder meer het volgende:
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van de feiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
T.a.v. feit 1:overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 32 van Pro deArbeidsomstandighedenwet, opzettelijk begaan door een rechtspersoon.T.a.v. feit 2:medeplegen van aan zijn schuld de dood van een ander te wijten zijn, begaan door eenrechtspersoon. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
T.a.v. feit 1, feit 2:Geldboete van € 40.000,00 (zegge: veertigduizend euro).
€ 20.000,00(zegge: twintigduizend euro), niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een
proeftijd van twee jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.