Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
Inleiding
De tenlastelegging.
Middels de oproeping van 21 februari 2018 is de behandeling van de zaak op 30 maart 2018 hervat.
Rechtbank Oost-Brabant
Op 13 april 2017 vond bij een conferentiecentrum in Veldhoven een bijeenkomst plaats van de Eritrese politieke beweging YPFDJ. Verdachte, een Eritrese politieke vluchteling, nam deel aan een tegendemonstratie tegen deze bijeenkomst. De burgemeester had geen toestemming verleend voor deze tegendemonstratie. Tijdens de bijeenkomst ontstond spanning en dreigden wanordelijkheden, waarop politieagenten de tegendemonstranten meerdere malen met een megafoon en gebaren bevalen weg te gaan. Omdat hieraan geen gehoor werd gegeven, werden circa 126 tegendemonstranten, waaronder verdachte, aangehouden en naar het politiebureau gebracht.
Verdachte werd vervolgd wegens overtreding van artikel 2:1 lid 2 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Veldhoven 2017, omdat hij niet voldeed aan een politiebevel om zich te verwijderen. De verdediging voerde aan dat de politie buiten haar bevoegdheid handelde en dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard. De kantonrechter oordeelde dat het OM ontvankelijk was en dat het bevel door de tegendemonstranten was gehoord en begrepen.
Echter, de kantonrechter stelde vast dat de gedraging van verdachte viel onder de uitzonderingsbepaling van artikel 2:1 lid 5 APV Pro, omdat het hier ging om een betoging waarop de Wet openbare manifestaties (Wom) van toepassing is. Omdat de politie zonder een besluit van de burgemeester handelde, was het bevel niet rechtsgeldig. Daarom werd het bewezen verklaarde geen strafbaar feit geacht en werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging omdat de gedraging onder de uitzonderingsbepaling van de APV valt en de Wet openbare manifestaties van toepassing is.