ECLI:NL:RBOBR:2018:1914
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen vervoer van chemicaliën voor synthetische drugsproductie
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte schuldig bevonden aan medeplegen van het voorbereiden en bevorderen van de productie van synthetische drugs door het vervoeren van grote hoeveelheden chemicaliën. Verdachte heeft in de periode van augustus tot december 2015 zes keer chemicaliën vervoerd en afgeleverd op verschillende locaties in Nederland en België.
De tenlastelegging omvatte het medeplegen van een feit als bedoeld in artikel 10 van Pro de Opiumwet en het opzettelijk niet melden van voorvallen met geregistreerde stoffen volgens Europese regelgeving. De rechtbank concludeerde dat verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden dat de chemicaliën bestemd waren voor de productie van drugs, en dat hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat zijn handelen strafbaar was.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet wist wat hij vervoerde en geen opzet had, maar dit werd verworpen. De rechtbank achtte het bewijs, waaronder getuigenverklaringen en observaties, wettig en overtuigend. Gelet op de ernst van de feiten en de maatschappelijke impact van drugsproductie, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 18 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.