ECLI:NL:RBOBR:2018:1935
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor voorbereidingshandelingen met chemicaliën voor synthetische drugsproductie
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte schuldig bevonden aan voorbereidingshandelingen in het kader van de Opiumwet door grote hoeveelheden chemicaliën te vervoeren, op te slaan en een loods ter beschikking te stellen voor de productie van MDMA, amfetamine en mefedron.
De tenlastelegging betrof het vervoeren van duizenden liters en kilo's van diverse stoffen zoals aceton, zoutzuur, methanol, zwavelzuur en natriumhydroxide in de periode van september tot oktober 2015, zowel in België als in Nederland. Verdachte werd ook verweten de bevoegde instanties niet onverwijld te hebben geïnformeerd over verdachte voorvallen met geregistreerde stoffen.
De rechtbank achtte het bewijs, bestaande uit onder meer verklaringen, dossiers van de FIOD en getuigenverhoren, wettig en overtuigend. De feiten werden bewezen verklaard, waarbij sprake was van medeplegen en voortgezette handelingen. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, waarbij rekening werd gehouden met zijn beperkte rol en positieve persoonlijke ontwikkelingen.
De rechtbank benadrukte de ernst van de feiten en de maatschappelijke ontwrichting door drugshandel en productie, en vond een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. Het vonnis werd uitgesproken op 20 april 2018 door een meervoudige kamer.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.