In deze zaak vordert Stichting Humanitas dat de gemeenten het lumpsumbudget voor specialistische hulp Wmo voor 2018 niet mogen hanteren zoals vastgesteld, omdat dit te laag is en niet conform de contractuele grondslag. Humanitas stelt dat de gemeenten zich onterecht baseren op CAK-registraties die geen juiste weergave geven van zorgzwaarte en ondersteuningsvormen, waardoor zij gedwongen wordt zorg te leveren onder kostprijs.
De gemeenten voeren verweer dat het vaststellen van het budget een discretionaire bevoegdheid is, dat Humanitas rekening had moeten houden met transformatie en afschaling, en dat de CAK-gegevens een zuivere basis vormen. De rechtbank oordeelt dat de CAK-gegevens onvoldoende inzicht geven in zorgzwaarte en ondersteuningsvorm, mede omdat indirecte cliëntgebonden uren zoals no-showuren niet worden geregistreerd.
De rechtbank wijst het verzoek af om het budget van 2017 ook voor 2018 te hanteren, omdat dat neerkomt op het zelf vaststellen van het budget. Wel veroordeelt zij de gemeenten om vóór 1 juli 2018 een nieuw budget vast te stellen dat voldoet aan de contractuele bepalingen, met een dwangsom bij niet-naleving. De proceskosten worden gecompenseerd.