Senzer, het Werkbedrijf dat de Participatiewet uitvoert voor zeven Peelgemeenten, en taxibedrijf Alptax zijn in geschil over de invulling van een social return-verplichting in een Detacheringsovereenkomst. Senzer stelt dat Alptax een minimumafnameverplichting heeft voor werknemers, terwijl Alptax betwist dat deze verplichting bestaat en stelt dat Senzer een resultaatsverbintenis heeft om werknemers te detacheren.
De rechtbank onderzocht de tekst van het bestek, de Detacheringsovereenkomst en de totstandkomingsgeschiedenis. Uit de contractuele bepalingen en correspondentie blijkt dat Alptax verplicht was om detacheringsplekken te creëren, maar niet om werknemers van Senzer af te nemen als die niet beschikbaar waren. Ook is geen resultaatsverbintenis van Senzer vastgesteld om werknemers te leveren.
Verder is geoordeeld dat de Detacheringsovereenkomst niet per 6 juni 2016 is beëindigd, zoals Senzer stelde, maar door verlenging tot 31 december 2017 heeft gelopen. De vorderingen van Senzer tot verklaring van beëindiging en schadevergoeding wegens vermeende tekortkoming zijn afgewezen. Ook de vorderingen van Alptax tot schadevergoeding wegens niet-nakoming zijn afgewezen, behalve de verklaring over de verlengde looptijd.
Beide partijen zijn in de proceskosten veroordeeld, waarbij Senzer de kosten aan Alptax en Alptax de kosten aan Senzer moet vergoeden.