Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Procesverloop
Overwegingen
19 september 1998 in Nederland. Bij besluit van 30 juli 2004 is aan hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend met ingang van 20 september 1998. Daarna is aan verzoeker ook een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd verleend met ingang van 20 september 2001. Bij Koninklijk Besluit van 5 april 2006 is aan hem het Nederlanderschap verleend.
onrechtmatigheid van het besluit evident is, die grond wel bestaat. Dat zijn de twee uitersten. Het kan ook gaan, en meestal is dat het geval, om een tussencategorie; bijvoorbeeld als op het besluit wel wat valt af te dingen, de rechtmatigheid of onrechtmatigheid niet klip en klaar is of als die rechtmatigheid niet zonder diepgravend onderzoek kan worden beoordeeld.
26 mei 2018, omdat hij zonder zijn Nederlandse paspoort niet tijdig naar de Verenigde Staten kan reizen. Dat is onomkeerbaar. Gelet op de doorlooptijd kan verzoeker dat ook niet bereiken met het aanvragen van een vluchtelingenpaspoort en een visum voor de Verenigde Staten. De voorzieningenrechter neemt bij dit oordeel verder in aanmerking dat verzoeker al 20 jaar in Nederland verblijft en dat hij het Nederlanderschap al bijna 12 jaar bezat.