Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding d.d. 22 maart 2018 met 6 producties
- de brief van mr. Hurenkamp d.d. 4 april 2018 met producties 7 en 8
- de brief van mr. Kroes d.d. 5 april 2018 met producties 1 tot en met 11b
- de brief van mr. Kroes d.d. 6 april 2018 met productie 12
- de mondelinge behandeling op 9 april 2018
- de pleitnotitie van mr. Hurenkamp
- de pleitnotities van mr. Kroes en mr. Flinterman
- de pro forma aanhouding voor 14 dagen ten behoeve van het beproeven van een minnelijke regeling
- de verlenging van de pro forma aanhouding met nog eens veertien dagen op verzoek van partijen
- de e-mail d.d. 2 mei 2018 van mr. Hurenkamp met de mededeling dat partijen er niet in slagen tot een schikking te komen en het verzoek om primair een voortgezette mondelinge behandeling te bepalen en subsidiair vonnis te wijzen
- de e-mail d.d. 2 mei 2018 van mr. Kroes met verzoek om vonnis te wijzen.
2.De feiten
3.Het geschil
- Primair: [gedaagde] te veroordelen om op straffe van een dwangsom van € 10.000,-- per dag of gedeelte daarvan, binnen 6 weken, dan wel een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn, over te gaan tot herstel van de gebreken en/of reparatie van de drukpers op zodanige wijze dat [eiseres sub 1] deze binnen voornoemde termijn weer volledig in gebruik kan nemen en de drukpers alsnog voldoet aan hetgeen op basis van de met [gedaagde] gesloten overeenkomst mag worden verwacht, één en ander volledig op kosten van [gedaagde] ;
- Subsidiair: aan [eiseres sub 1] en/of Rabo Lease machtiging te verlenen de herstelwerkzaamheden op kosten van [gedaagde] zelf te (doen) uitvoeren, door de producent of door een derde;
- [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.
4.De beoordeling
816,00