Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 januari 2018 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Dienst Uitvoering Onderwijs,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarbij is bepaald dat eiseres een boete van € 1.250,– moet betalen;
- laat het bestreden besluit voor het overige in stand;
- verklaart het bezwaar gegrond, herroept het primaire besluit voor zover het de hoogte van de boete betreft, stelt de boete vast op € 400,– en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het primaire besluit;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 46,– vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.002,–.