ECLI:NL:RBOBR:2018:2522
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.H. Dworakowski - Kelders
- H.M.H. de Koning
- J.J.J. Sillen
- Rechtspraak.nl
Matiging bestuurlijke boete Meststoffenwet wegens vertraagde besluitvorming
Eiser kreeg een bestuurlijke boete van €78.000 opgelegd wegens overschrijding van de gebruiksnormen dierlijke meststoffen, stikstof en fosfaat in 2013. Verweerder handhaafde de boete ondanks gedeeltelijke gegrondverklaring van het bezwaar. Eiser voerde aan dat hij meer percelen gebruikte dan verweerder aannam, dat bezinklagen in stallen niet juist waren meegenomen en dat eindvoorraden diervoer niet correct waren verwerkt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht bepaalde percelen niet als landbouwgrond rekende vanwege gebrek aan feitelijke beschikkingsmacht en dat de bezinklagen en eindvoorraden onvoldoende waren onderbouwd door eiser. De vastgestelde overtredingen en boetehoogte werden daarmee bevestigd.
Eiser verzocht matiging van de boete wegens betalingsonmacht en vanwege het tijdsverloop tussen overtreding en boetebesluit. De rechtbank zag geen aanleiding tot matiging wegens draagkracht, maar matigde de boete met €2.500 vanwege overschrijding van de redelijke termijn conform vaste jurisprudentie.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en stelde de boete vast op €75.500. Tevens werden griffierecht en proceskosten aan eiser vergoed. Het vonnis werd uitgesproken door een meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant op 25 mei 2018.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt gematigd tot €75.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn en het primaire besluit wordt herroepen.