Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 29 mei 2018 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Boekel, verweerder
Procesverloop
Tegen dit besluit heeft eiseres op 8 februari 2017 bezwaar ingediend. Op 24 mei 2017 heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaarschrift.
.Daarbij is aan eiseres een dwangsom van € 280,- toegekend wegens het niet tijdig nemen van een beslissing op het bezwaarschrift. Eiseres heeft haar beroep gehandhaafd.
Overwegingen
- daghulp op locatie van de aanbieder;
Deze hulp werd deels verleend in de vorm van zorg in natura en deels in de vorm van een pgb
.
- individuele begeleiding door zorgorganisatie Stichting Autstede (4 weekenden per jaar tegen een uurtarief van € 35,84 en een totaal pgb-bedrag van € 1.864,00);
- individuele begeleiding door zorginstantie MotorZ (voor 3 uur per week tegen een uurtarief van € 35,84 en een totaal pgb-bedrag van € 5591,04);
- individuele begeleiding door [naam] voor 156 uur per jaar tegen een uurtarief van € 17,97 en een totaal pgb-bedrag van € 2.803,32.
- € 1.864,00 voor het inkopen van individuele begeleiding uitgevoerd door Stichting Autstede;
- € 5.590,72 voor het inkopen van individuele begeleiding uitgevoerd door MotorZ;
- € 2.803,32 voor het inkopen van individuele begeleiding uitgevoerd door [naam] .
Volgens eiseres verdragen de leden 2 en 3 van artikel 2 van Pro de Nadere regels en de bijlage 1 zich niet met lid 1 van artikel 2 van Pro deze Nadere regels, met artikel 10 van Pro de Verordening jeugdhulp gemeente Boekel 2015 (Verordening) en met artikel 8.1.1 van de Jw. Immers, door uit te gaan van maximumtarieven onderzoekt verweerder niet of het verstrekte pgb toereikend is om de benodigde hulp in te kopen en kan verweerder geen pgb verstrekken dat in overeenstemming is met artikel 8.1.1 van de Jw. Voorts wordt de hoogte van het pgb niet bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs, zoals is bepaald in artikel 10, tweede lid, van de Verordening. Verweerder motiveert in het bestreden besluit ook niet of en hoe de tarieven opgenomen in bijlage 1 van de Nadere regels werden bepaald conform de leden 1 en 2 van artikel 10 van Pro de Verordening. Eiseres stelt dat er geen andere passende voorziening is dan begeleiding door MotorZ. Verweerder is op grond van de wet, de Verordening en artikel 2, eerste lid, van de Nadere regels gehouden om het pgb vast te stellen op basis van het door MotorZ voor begeleiding gehanteerde tarief, aldus eiseres.
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk.