Eiser en gedaagde zijn eigenaren van verschillende units van een bedrijfspand. Eiser vordert in kort geding dat gedaagde het toegangshek, dat is geplaatst op het dienende erf, gedurende de gebruikelijke openingstijden openhoudt en voldoende handzenders ter beschikking stelt om onbelemmerde toegang te garanderen. Het geschil betreft de uitleg en uitoefening van een erfdienstbaarheid van weg.
Gedaagde erkent het recht op plaatsing van het hek maar stelt dat het openhouden van het hek overdag en het verstrekken van meerdere handzenders niet verplicht is. Eiser stelt dat onbelemmerde toegang ook betekent dat huurders, klanten, leveranciers en derden vrij toegang moeten hebben tijdens openingstijden en dat sommige huurders ook buiten die tijden toegang nodig hebben.
De rechtbank overweegt dat de erfdienstbaarheid een zakelijk recht is dat niet kan worden opgeschort door verbintenisrechtelijke afspraken. Gelet op het gebruik van de units door bedrijven moet het hek tijdens de gebruikelijke openingstijden open zijn en moeten voldoende handzenders worden verstrekt, met een maximum van twaalf. De vorderingen worden toegewezen met dwangsommen bij niet-naleving. Gedaagde wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.