Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 mei 2018 in de zaak tussen
1.a
.[naam ] , te [vestigingsplaats] , eiser
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser heeft een exploitatievergunning aangevraagd die door de burgemeester van Geldrop-Mierlo is geweigerd op basis van een Bibob-advies waarin ernstig gevaar werd vastgesteld dat de vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. Eiser voerde aan dat het advies onjuist was en dat de burgemeester geen belangenafweging had gemaakt, maar de rechtbank onderschrijft het oordeel van de burgemeester dat het advies zorgvuldig tot stand is gekomen en dat de feiten de conclusies dragen.
De burgemeester heeft het besluit gebaseerd op artikel 3, eerste lid, onderdeel b, en het zesde lid van de Wet Bibob, waarbij hij uitgebreid heeft gemotiveerd dat sprake is van ernstig gevaar en dat eiser strafbare feiten heeft gepleegd, waaronder valsheid in geschrifte. Eiser heeft geen rechtsmiddelen aangewend tegen een lastgeving onder dwangsom wegens illegale exploitatie en heeft de horecagelegenheid gesloten.
De rechtbank oordeelt dat eiser voldoende procesbelang heeft en dat de weigering van de vergunning proportioneel is gezien de ernst en het aantal strafbare feiten. De rechtbank volgt de voorzieningenrechter in het oordeel dat eiser verantwoordelijk is voor het niet volledig begrijpen van het vragenformulier en dat de weigering niet onevenredig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de exploitatievergunning wordt ongegrond verklaard.