De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het plegen van ontucht met een minderjarige prostituee, geboren in 1997, die zich beschikbaar stelde voor seksuele handelingen tegen betaling. Verdachte kwam met het slachtoffer in contact via een internetadvertentie waarin stond dat zij meerderjarig was en heeft haar ook naar haar leeftijd gevraagd. De rechtbank oordeelde echter dat verdachte zich beter had moeten vergewissen van de daadwerkelijke leeftijd van het slachtoffer.
Het bewijs bestond uit de bekennende verklaring van verdachte, het proces-verbaal van het slachtoffer en WhatsApp-berichten waaruit bleek dat er sprake was van éénmaal seksueel contact. De rechtbank verwierp het standpunt van de officier van justitie dat sprake was van meermalen ontucht, omdat dit niet ondubbelzinnig was bewezen.
Verdachte voerde een beroep op afwezigheid van alle schuld vanwege de advertentie en de bevestiging van het slachtoffer dat zij 19 jaar was, maar de rechtbank stelde dat de wetgever de bescherming van minderjarigen heeft geobjectiveerd en dat verdachte een ongeoorloofd risico heeft genomen door niet nader onderzoek te doen.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van één dag op in combinatie met een taakstraf van 220 uur, waarbij rekening werd gehouden met de impact van de zaak op verdachte en een strafkorting wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het taakstrafverbod bij jeugdprostitutie maakte een taakstraf zonder onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet mogelijk, waardoor de gevangenisstraf van één dag werd opgelegd.