Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 juli 2018 in de zaak tussen
[eisers] , te [woonplaats] , eisers
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deurne,
Procesverloop
Overwegingen
€ 102.550,- worden in mindering gebracht. Dan resteert een bedrag van € 11.450,-. Na aftrek van de restwaarde resteert een schadebedrag van € 5.700,-
De rechtbank is verder van oordeel dat SAOZ de oppervlakte van deze weg juist heeft berekend. Op de zitting heeft de rechtbank met partijen vastgesteld dat de weg een lengte zou moeten hebben van ongeveer 350 meter. De weg zou moeten worden bereden met vrachtwagens en opleggers. Beide partijen gaan uit van een minimale breedte van de weg van 3 meter en een totale oppervlakte van 1.050 m2.
De door SAOZ in rekening gebrachte hoogte van de bijkomende kosten en onvoorziene kosten (een percentage van 20%) vindt de rechtbank niet ongebruikelijk hoog.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit;
- bepaalt dat eisers in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van € 25.730,- (zegge vijfentwintigduizendzevenhonderdendertig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 december 2014;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,- aan eisers te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 3.893,94.