Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verzoeker] , verzoeker,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bladel, het college
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
27 juli 2018.
Rechtbank Oost-Brabant
Verzoekers hebben bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bladel een verzoek ingediend tot vernietiging van persoonsgegevens die voorkomen in een lijst over malafide hondenhandel. Het college wees dit verzoek af op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Verzoekers maakten bezwaar en vroegen vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om het gebruik van deze gegevens door het college te verbieden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er voldoende spoedeisend belang was voor een voorlopige voorziening, omdat het college de lijst bleef gebruiken in verschillende procedures. Het college stelde dat de lijst noodzakelijk is voor de uitvoering van haar publiekrechtelijke taken en als bewijsmiddel in bestuursrechtelijke procedures. Tevens wees het college op de Archiefwet en de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) als belemmeringen voor vernietiging.
De voorzieningenrechter stelde vast dat sinds 25 mei 2018 de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing is en de Wbp is vervallen. Het college zal het bezwaar toetsen aan de AVG. Het verzoek tot vernietiging werd aangemerkt als een verzoek op grond van artikel 17 AVG Pro (recht op gegevenswissing). De rechtbank oordeelde dat de uitzondering in artikel 17 lid 3 onder Pro e AVG van toepassing is, omdat de gegevens nodig zijn voor het onderbouwen van een rechtsvordering. Dit leidde tot de conclusie dat het verzoek om vernietiging niet voor toewijzing in aanmerking komt.
Ook een eventueel verzoek op grond van artikel 18 AVG Pro (recht op beperking van verwerking) werd afgewezen vanwege dezelfde uitzondering. De voorzieningenrechter verwachtte dat het bezwaar niet tot een andere uitkomst zal leiden en wees daarom het verzoek om voorlopige voorziening af. Verzoekers krijgen in de lopende procedures de mogelijkheid om de juistheid van de lijst aan de orde te stellen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot vernietiging van persoonsgegevens wordt afgewezen.