ECLI:NL:RBOBR:2018:3851
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Medeplegen poging tot brandstichting basisschool met molotovcocktails en bezit namaakwapen
De rechtbank Oost-Brabant heeft op 3 augustus 2018 uitspraak gedaan in de zaak tegen een minderjarige verdachte die samen met anderen een poging tot brandstichting pleegde door molotovcocktails te gooien tegen een basisschool. Verdachte was mede-initiatiefnemer en maakte de molotovcocktails in zijn tuin. Hoewel niet bewezen kon worden dat hij zelf gooide, was zijn bijdrage wezenlijk en werd hij als medepleger veroordeeld.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld voor het bezit van een namaakwapen dat sprekend leek op een vuurwapen en voor het bezit van munitie van categorie III. De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van verklaringen van medeverdachten, politieprocessen-verbaal, en forensisch onderzoek.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, het maatschappelijke gevaar en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder positieve ontwikkelingen en begeleiding. De opgelegde straf bestaat uit een werkstraf van 150 uren, waarvan 100 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en toezicht van de jeugdreclassering. Tevens werd onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen wapen en munitie bevolen.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 150 uren waarvan 100 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en toezicht van de jeugdreclassering.