ECLI:NL:RBOBR:2018:4158
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onrechtmatig binnentreden en bewijsuitsluiting bij hennep- en wapenbezit
Op 13 december 2016 werd verdachte op zijn woningadres bezocht door politie vanwege een voertuig zonder geldige APK waarvan verdachte de bestuurder zou zijn. De politie vorderde zijn legitimatie, waarna verdachte aangaf deze binnen te willen halen. De verbalisanten gingen mee naar binnen, waarbij verdachte aanvankelijk aangaf dat niemand mee naar binnen mocht. De politie oefende druk uit door aan te geven dat verdachte zou worden aangehouden indien hij geen toestemming gaf. De rechtbank oordeelt dat deze toestemming niet vrijwillig was en het binnentreden onrechtmatig.
De rechtbank toetst het binnentreden aan artikel 12 Grondwet Pro en artikel 8 EVRM Pro en concludeert dat zonder schriftelijke machtiging of vrije toestemming sprake is van een inbreuk op het huisrecht. De politie beschikte niet over een machtiging en de toestemming werd afgedwongen door dreiging met aanhouding, waardoor sprake is van schending van grondrechten.
Op grond van artikel 359a Wetboek van Strafvordering leidt dit vormverzuim tot bewijsuitsluiting. De aangetroffen hennep, wapens en munitie kunnen daarom niet als bewijs worden gebruikt. Omdat zonder dit bewijs onvoldoende bewijs is voor de tenlasteleggingen, wordt verdachte vrijgesproken van alle feiten.
De rechtbank weegt het nadeel van bewijsuitsluiting af tegen het maatschappelijke belang en concludeert dat het inbeslaggenomen materiaal uit het verkeer is genomen, waardoor de belangen worden gematigd. De uitspraak werd gedaan op 21 augustus 2018 door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onrechtmatig binnentreden en bewijsuitsluiting.