Eiser, die lijdt aan schizofrenie en woonachtig is in een woon/zorgcomplex, heeft op grond van de Wmo 2015 een maatwerkvoorziening voor begeleiding toegekend gekregen. Na onenigheid over de feitelijke invulling van deze voorziening door zorgaanbieder Cello, heeft eiser aanvullende ondersteuning via een persoonsgebonden budget (pgb) gevraagd. Verweerder verklaarde het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk omdat de brief van 9 mei 2017 niet als besluit werd gezien.
De rechtbank overweegt dat de brief van 9 mei 2017 wel degelijk een besluit is dat betrekking heeft op een weigering van een aanvullende voorziening en dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. De rechtbank wijst erop dat geschillen over de feitelijke invulling van de maatwerkvoorziening niet voor de bestuursrechter komen, maar dat eiser ook een aanvraag voor aanvullende ondersteuning heeft ingediend.
Omdat verweerder niet kan aangeven welke hulp Cello concreet biedt en waarom deze toereikend is, kan de rechtbank niet zelf in de zaak voorzien en draagt verweerder op opnieuw op het bezwaar te beslissen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser en dient het griffierecht te worden vergoed.