Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 15 november 2017;
- het proces-verbaal van comparitie van 19 maart 2018;
- brief zijdens WE Projects van 23 maart 2018;
- brief zijdens [eiser] van 29 maart 2018.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Ik ben die dag geconfronteerd met vragen van mensen die op de uitkijktoren stonden of zij via de steigerbuis naar het springdeel mochten komen.
Ik vermoed dat het de taak van [naam sfeerbeheerder] was om aan gebruikers van de attractie aan te geven dat ze wel of niet mochten sprongen. Op dat moment dat ik naar het hoge springplateau ging, waren daar nog een tien- tot vijftiental mensen, zoals ik eerder verklaarde. Ik ben buiten hen langsgegaan en heb als het ware voorgedrongen”.[eiser] is zich dus wel bewust geweest van de aanwezigheid van [naam sfeerbeheerder] en zijn taak, doch heeft welbewust er voor gekozen dit te negeren en zoals hij zelf aangeeft voor te dringen en zonder toestemming te springen.
1086,00(2,0 punt × tarief € 543,00)