ECLI:NL:RBOBR:2018:5300

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
31 oktober 2018
Publicatiedatum
30 oktober 2018
Zaaknummer
C/01/326693 / HA ZA 17-697
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 5.9.6 Regeling VoertuigenArt. 5.9.0 Regeling VoertuigenArt. 1 lid 1 onder c bijlage VIII Regeling Voertuigen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen aansprakelijkheid verhuurder voor schade door bierfiets aan treinstel na aanrijding

Op 20 april 2015 vond een aanrijding plaats tussen een door Partybike verhuurde bierfiets en een trein van NS Reizigers op een bewaakte spoorwegovergang te Eindhoven, waarbij een speler van het voetbalelftal om het leven kwam en het treinstel beschadigd raakte. NS Insurance vergoedde de schade en vordert van Partybike een schadevergoeding wegens een onrechtmatige daad.

NS stelt dat Partybike een bierfiets verhuurt die breder is dan toegestaan volgens de Regeling Voertuigen en dat het maatschappelijk onbetamelijk is om een fiets te verhuren waarop alcohol wordt gedronken, wat tot gevaarlijke situaties leidt. Partybike betwist de aansprakelijkheid en wijst op onduidelijkheid over de directe oorzaak van de aanrijding.

De rechtbank stelt vast dat de bierfiets breder is dan de toegestane 1,50 meter, namelijk ongeveer 2,10 meter. Echter, dit betekent niet automatisch aansprakelijkheid; er moet een causaal verband zijn tussen deze normovertreding en de schade. De directe oorzaak van de aanrijding is onduidelijk gebleven, en de omkeringsregel kan daarom niet worden toegepast. Ook is niet vastgesteld dat alcoholgebruik een rol speelde.

Daarom wijst de rechtbank de vordering van NS af en veroordeelt NS in de proceskosten. De beslissing benadrukt dat verhuur van een bierfiets niet zonder meer onrechtmatig is en dat gebruikers zelf verantwoordelijk zijn voor veilig alcoholgebruik tijdens het fietsen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van NS af wegens onvoldoende bewijs van causaal verband tussen normovertreding en schade.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK OOST-BRABANT
Civiel Recht
Zittingsplaats Eindhoven
zaaknummer / rolnummer: C/01/326693 / HA ZA 17-697
Vonnis van 31 oktober 2018
in de zaak van
1. de naamloze vennootschap
NS INSURANCE N.V.,
gevestigd te Utrecht,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NS REIZIGERS B.V.,
gevestigd te Utrecht,
eiseressen,
hierna achtereenvolgens “NS Insurance” en “NS Reizigers” te noemen en gezamenlijk aan te duiden als “NS”,
advocaat mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam,
tegen
[gedaagde],
handelend onder de naam
PARTYBIKE,
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
hierna aan te duiden als “Partybike”,
advocaat mr. R.H.J. Wildenburg te Arnhem.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 31 januari 2018
  • het proces-verbaal van comparitie van 17 september 2018.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
NS Reizigers vervoert personen per spoor. NS Insurance is de eigen verzekeringsmaatschappij van het NS-concern.
2.2.
Partybike verhuurt zogenaamde “Partybikes”. Op haar eigen website wordt een Partybike als volgt omschreven:
“De Partybike is café op wielen, oftewel een bierfiets.
Het is een bar voorzien van trapstellen waar aan 17 personen kunnen zitten. Zo kunt u op deze bierfiets al rijdend genieten van heerlijke muziek en uiteraard een lekker koud pilsje!”
2.3.
Op 20 april 2015 heeft Partybike een bierfiets met een fust bier verhuurd aan het eerste elftal van voetbalvereniging EMK uit Nuenen, dat kampioen was geworden.
2.4.
Diezelfde dag is de bierfiets op de bewaakte spoorwegovergang aan de Tongelresestraat te Eindhoven aangereden door een trein van NS Reizigers. Een speler van het voetbalelftal is daarbij om het leven gekomen.
2.5.
Door de aanrijding is een treinstel van NS Reizigers beschadigd. De als gevolg daarvan ontstane schade is onder aftrek van het eigen risico van NS Reizigers door NS Insurance vergoed.

3.Het geschil

3.1.
NS vordert samengevat - veroordeling van Partybike tot betaling van in totaal € 172.936,62, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
NS legt aan haar vordering een onrechtmatige daad van Partybike ten grondslag.
NS voert aan dat Partybike wettelijke voorschriften heeft overtreden en maatschappelijk onbetamelijk heeft gehandeld door een overmaatse Partybike (hierna: bierfiets) te verhuren met de bedoeling dat de gebruikers daarvan bierdrinkend en doordoor in toenemende mate dronken aan het openbare verkeer gaan deelnemen.
3.3.
Op het verweer van Partybike wordt hierna nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank stelt voorop dat deze zaak niet gaat over het al dan niet verbieden van bierfietsen. Het gaat in deze zaak uitsluitend om de vraag of Partybike aansprakelijk is voor de schade die NS op 20 april 2015 heeft geleden door de aanrijding met de door Partybike verhuurde bierfiets.
4.2.
Het recht kent geen algemene regels op grond waarvan een verhuurder zonder meer (risico)aansprakelijk is voor schade die met verhuurde zaken wordt veroorzaakt. Dat betekent dat degene die dergelijke schade heeft geleden moet stellen en zo nodig ook moet bewijzen dat de verhuurder daarvan een verwijt valt te maken. In deze zaak betoogt NS dat Partybike een onrechtmatige daad heeft gepleegd.
4.3.
NS heeft in dat kader aangevoerd dat de afmetingen van de verhuurde bierfiets niet voldoen aan de eisen die worden gesteld in de Regeling Voertuigen (hierna: de Regeling) en dat het maatschappelijk onbetamelijk is een fiets te verhuren in de wetenschap dat daarop alcohol wordt gedronken.
4.4.
De enkele omstandigheid dat Partybike een bierfiets verhuurt, dat wil zeggen een fiets waarop alcohol gedronken kan worden, is niet zonder meer onrechtmatig jegens NS. Zoals voor alle verkeersdeelnemers geldt, is en blijft het immers de eigen verantwoordelijkheid van de gebruikers van de bierfiets ervoor te zorgen dat, voor zover zij tijdens het gebruik van de bierfiets al alcohol nuttigen, het alcoholgebruik blijft binnen de grenzen waarmee veilig aan het verkeer kan worden deelgenomen. Dat die grenzen in dit geval zijn overschreden is overigens ook niet vast komen te staan.
4.5.
De Regeling stelt geen eisen aan de lengte, de hoogte of het gewicht van een fiets. Wel bepaalt artikel 5.9.6. van de Regeling dat een fiets op meer dan twee wielen niet breder mag zijn dan 1,50m. Volgens NS voldoet de bierfiets niet aan die eis, hetgeen Partybike betwist.
4.6.
Artikel 5.9.0. van de Regeling verklaart bij de beoordeling van de in afdeling 5.9. opgenomen eisen bijlage VIII bij de Regeling van toepassing. In artikel 1, eerste lid, onder c van die bijlage wordt “breedte van een voertuig” omschreven als:
“horizontale afstand tussen twee verticale vlakken die evenwijdig lopen aan het middenlangsvlak van het voertuig en gaan door de uiterste linker- en rechterzijde van het voertuig, gemeten in de stand van rechtuitrijden op een horizontaal wegdek (…)”.
4.7.
De rechtbank leidt daaruit af dat voor het bepalen van de breedte niet de afstand tussen de wielen maatgevend is. De breedte wordt op grond van de genoemde bijlage bepaald door de grootste horizontale afstand tussen de uiterste zijden van de fiets te meten. Naar algemeen spraakgebruik komt dat neer op meten op het breedste punt. In het geval van de bierfiets is dat het dak. De politie heeft na de aanrijding een onderzoek ingesteld. In dat kader heeft zij metingen verricht aan een andere Partybike. Daarbij heeft de politie vastgesteld dat de breedte van het dak “ongeveer 2,10m” bedraagt. Partybike heeft niet gesteld dat de bierfiets die bij de aanrijding betrokken is geweest, andere afmetingen had dan de bierfiets die door de politie is opgemeten. Daarmee moet het ervoor worden gehouden dat ook de aangereden bierfiets ongeveer 2,10m breed was en dus breder dan toegestaan op grond van de Regeling.
4.8.
De enkele conclusie dat Partybike een bierfiets verhuurt die breder is dan wettelijk is toegestaan, betekent echter nog niet dat zij ook zonder meer aansprakelijk is jegens NS. Daarvoor moet vast komen te staan dat NS als gevolg van die normovertreding schade heeft geleden. Er moet, met andere woorden, causaal verband bestaan tussen de normschending en de schade. In dat kader heeft NS een beroep gedaan op de zogenaamde ‘omkeringsregel’. Daarmee is de in de rechtspraak geformuleerde regel bedoeld dat indien door een als onrechtmatige daad aan te merken gedraging een risico ter zake van het ontstaan van schade in het leven is geroepen en dit risico zich vervolgens verwezenlijkt, daarmee het causaal verband tussen de gedraging en de schade in beginsel gegeven is.
4.9.
Anders dan NS veronderstelt, kan daarbij de directe schadeoorzaak niet in het midden blijven. Als daarover onduidelijkheid blijft bestaan, komt de rechtbank aan toepassing van de omkeringsregel niet toe. In dat geval kan immers niet vastgesteld worden dat het risico van schade waartegen de geschonden norm beoogt te beschermen zich heeft verwezenlijkt.
4.10.
NS heeft gesteld dat het “zou kunnen zijn” dat de gebruikers van de bierfiets het rode knipperlicht en de waarschuwingssignalen bij de spoorwegovergang hebben genegeerd en toch de overgang zijn opgereden in plaats van te stoppen. Een “alternatieve oorzaak” zou volgens NS kunnen zijn dat de bierfiets een log voertuig is dat niet gemakkelijk voort te stuwen is.
4.11.
Partybike stelt daarentegen dat de aanrijding ook andere oorzaken kan hebben, zoals een defect aan de spoorweginstallatie. Partybike stelt bovendien dat uit een door NS zelf als productie 6 overgelegd mediabericht blijkt dat de politie ondanks uitgebreid onderzoek niet precies heeft kunnen vaststellen wat er is gebeurd omdat alle verklaringen zo uiteenliepen. Partybike heeft er verder op gewezen dat de breedte van de bierfiets in ieder geval niet tot de schade kan hebben geleid, omdat de aanrijding heeft plaatsgehad op een spoorwegovergang waar ook nog veel grotere en bredere voertuigen dan de bierfiets, zoals bussen en vrachtwagens, zonder problemen zouden moeten kunnen oversteken.
4.12.
Dat de directe oorzaak van de aanrijding gevonden moet worden in de breedte van de bierfiets, volgt naar het oordeel van de rechtbank in ieder geval niet uit de eigen stellingen van NS en is ook anderszins niet gebleken. Datzelfde geldt overigens ook voor het door NS veronderstelde alcoholgebruik van de gebruikers van de bierfiets: uit niets is gebleken dat de aanrijding (al dan niet mede) is veroorzaakt door alcoholgebruik.
4.13.
Uit het voorgaande volgt dat de toedracht van de aanrijding onduidelijk is gebleven en dat de omkeringsregel daarom niet kan worden toegepast. NS heeft geen feiten of omstandigheden gesteld die, indien bewezen, tot het oordeel zouden moeten leiden dat het voor een verplichting tot schadevergoeding vereiste causale verband wel aanwezig is. Dat maakt dat de rechtbank niet alleen aan verdere bewijslevering door NS niet toekomt, maar ook dat de vorderingen van NS moeten worden afgewezen.
4.14.
NS zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Partybike worden begroot op:
- explootkosten € 0,00
- griffierecht 1.545,00
- getuigenkosten 0,00
- deskundigen 0,00
- overige kosten 0,00
- salaris advocaat
3.414,00(2,0 punt × tarief € 1.707,00)
Totaal € 4.959,00
4.15.
De door Partybike gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen op de wijze zoals hierna in het dictum is vermeld.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen af,
5.2.
veroordeelt NS in de proceskosten, aan de zijde van Partybike tot op heden begroot op € 4.959,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt NS in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat NS niet binnen 14 dagen na dagtekening van dit vonnis aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over de nakosten met ingang van de veertiende dag na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.T.J.F. Verhappen en in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2018.