ECLI:NL:RBOBR:2018:553

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
30 januari 2018
Publicatiedatum
7 februari 2018
Zaaknummer
WR 18-01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 515 lid 4 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wrakingskamer rechtbank Oost-Brabant

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters De Koning, Valckx en Van de Woestijne van de wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant. Hij stelde dat hij geen proces-verbaal had ontvangen en dat hij niet werd gehoord, wat leidde tot een gebrek aan vertrouwen in de rechtbank.

De wrakingskamer onderzocht het verzoek en concludeerde dat er geen concrete feiten of omstandigheden waren die de onpartijdigheid van de rechters in gevaar brachten. Het enkele feit dat verzoeker geen vertrouwen had in de rechtbank en dat hij het proces-verbaal niet had ontvangen, werd onvoldoende geacht voor wraking.

Daarnaast oordeelde de kamer dat verzoeker misbruik maakte van het wrakingsmiddel door herhaaldelijk verzoeken in te dienen zonder nieuwe gronden. Daarom werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek jegens dezelfde rechters niet in behandeling wordt genomen.

De beschikking werd op 30 januari 2018 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer, bestaande uit voorzitter Brunt en leden Franke en Mandemakers.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters werd afgewezen en een volgend verzoek wordt niet in behandeling genomen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANKOOST-BRABANT
Wrakingskamer
Zaaknummer / rekestnummer: WR18/001
Beschikking
in de zaak van
[verzoeker]
verzoeker,
tegen
mr. H.M.H. de Koning, mr. E.C.P.M. Valckx en mr. T. van de Woestijne,
in hun hoedanigheid van rechters van de wrakingskamer in de rechtbank Oost-Brabant met betrekking tot het wrakingsverzoek met zaaknummer 17/025 in de zaak met [parketnummer]
Partijen zullen hierna respectievelijk verzoeker en de rechters worden genoemd.

1.Procesverloop

1.1.
De wrakingskamer heeft kennisgenomen van:
  • het proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de wrakingskamer in de rechtbank Oost-Brabant van 11 januari 2018, met betrekking tot het wrakingsverzoek met zaaknummer 17/025 in de zaak met [parketnummer] en het onderliggende dossier;
  • de reactie d.d. 16 januari 2018 van mr. De Koning, mede namens mr. Valckx en mr. Van de Woestijne, op het wrakingsverzoek van verzoeker.
1.2.
De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek heeft plaatsgevonden op 25 januari 2018.
Verzoeker is niet verschenen. Verzoeker heeft schriftelijk afstand gedaan van het recht op de zitting van 25 januari 2018 te verschijnen. Voor verzoeker is verschenen [advocaat] , namens zijn kantoorgenoot [advocaat 2]
De rechters, mr. De Koning, mr. Valckx en mr. Van de Woestijne, zijn niet verschenen. Zij hebben aangegeven dat kan worden volstaan met hun schriftelijke reactie en dat zij daarom niet bij de behandeling op 25 januari 2018 aanwezig zijn, tenzij de wrakingskamer hun aanwezigheid noodzakelijk acht.
De officier van justitie is niet verschenen.

2.Het verzoek en het verweer

2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechters mr. De Koning, mr. Valckx en mr. Van de Woestijne.
Verzoeker heeft op de zitting van 11 januari 2018 - kort gezegd- aangevoerd dat hij geen proces-verbaal van de zitting heeft ontvangen en van mening is dat hij net als de vorige zitting weer niet wordt gehoord door de rechtbank.
Na overleg met verzoeker heeft de raadsman nog aangevoerd dat verzoeker eerder de rechter-commissaris heeft gewraakt en dat er toen geen wrakingskamer is gekomen. Verzoeker heeft geen vertrouwen meer in deze rechtbank als geheel.
Tijdens de behandeling van het wrakingsverzoek op 25 januari 2018 heeft de raadsman van verzoeker zich gerefereerd aan het oordeel van de wrakingskamer.
2.2.
De rechters hebben bij brief d.d. 16 januari 2018 aangegeven dat zij niet berusten in het wrakingsverzoek en dat het wrakingsverzoek moet worden afgewezen.
Zij hebben onder meer aangevoerd dat indien het wrakingsverzoek moet worden aangemerkt als een verzoek om alle rechters van een rechterlijk college te wraken, in dit geval de rechtbank Oost-Brabant, dit verzoek gelet op vaste jurisprudentie niet voor toewijzing vatbaar is. Gelet op het proces-verbaal van de zitting bieden de jegens verzoeker gebruikte bewoordingen of de wijze van bejegening geen enkele aanwijzing dat sprake is van vooringenomenheid bij de rechters van de wrakingskamer en evenmin dat de bij verzoeker daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

3.De beoordeling

3.1
Wraking mr. H.M.H. de Koning, mr. E.C.P.M. Valckx en mr. T. van de Woestijne
3.2.
Ingevolge artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering dient te worden beoordeeld of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.3.
De rechtbank stelt voorop dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter met betrekking tot een procespartij vooringenomen is, althans dat de dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.4.
Voor zover verzoeker heeft bedoeld alle leden van de rechtbank Oost-Brabant te wraken overweegt de wrakingskamer als volgt. Wrakingsverzoeken kunnen alleen gericht zijn tegen rechters die een bepaalde zaak behandelen en niet, zoals in dit geval, tegen alle rechters die bij een rechtbank werken. Bovendien kan het verzoek alleen gebaseerd worden op concrete feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Dergelijke feiten en omstandigheden zijn niet aangevoerd, ook niet voor zover het de rechters betreft die het verzoek tot wraking van verzoeker behandelen. Het enkele feit dat de rechters in de rechtbank Oost-Brabant werkzaam zijn en verzoeker geen vertrouwen heeft in deze rechtbank, levert geen grond op voor wraking.
3.5.
Uit het proces-verbaal van de zitting van 11 januari 2018 blijkt dat de voorzitter van de wrakingskamer kort het procesverloop van de zitting van 11 december 2017 heeft beschreven. Daarop heeft verzoeker een reactie gegeven door aan te geven dat hij geen
proces-verbaal van de zitting heeft ontvangen. Zijn raadsman heeft daarop verklaard dat hij het betreffende proces-verbaal wel heeft ontvangen.
Daarna heeft verzoeker aangegeven de rechtbank te wraken omdat hij vindt dat hij ook nu weer niet wordt gehoord. Deze grond is door verzoeker verder niet onderbouwd. De
wrakingskamer begrijpt de grond van verzoeker aldus dat hij zich niet serieus genomen voelde omdat hij het proces-verbaal niet heeft ontvangen.
De wrakingskamer is van oordeel dat hetgeen door verzoeker is aangevoerd geen grond oplevert voor wraking, te meer nu de raadsman van verzoeker op de zitting heeft aangegeven dat hij wel de beschikking had over het bedoelde proces-verbaal.
Uit het proces-verbaal van de zitting van de wrakingskamer van 11 januari 2018 kan niet worden afgeleid dat de rechters vooringenomen zijn, althans dat de dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Ook overigens is de rechtbank niet gebleken van enige vooringenomenheid van de rechters jegens verzoeker.
3.6.
Het wrakingsverzoek zal, gelet op het hiervoor overwogene, worden afgewezen.
4. Toekomstige verzoeken tot wraking van mr. H.M.H. de Koning, mr. E.C.P.M. Valckx en mr. T. van de Woestijne.
4.1.
Verzoeker heeft de rechters van de wrakingskamer gewraakt meteen nadat de voorzitter het procesverloop heeft beschreven en verzoeker in de gelegenheid heeft gesteld het wrakingsverzoek toe te lichten.
Met inachtneming van de aard van het verzoek en de wijze van handelen van verzoeker is de rechtbank van oordeel dat verzoeker zich schuldig heeft gemaakt aan misbruik van het middel van wraking. Om die reden zal de rechtbank ingevolge artikel 515, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering bepalen dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker jegens de rechters mr. H.M.H. de Koning, mr. E.C.P.M. Valckx en mr. T. van de Woestijne in de onderhavige procedure niet in behandeling zal worden genomen.

5.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot wraking van mr. H.M.H. de Koning, mr. E.C.P.M. Valckx en
mr. T. van de Woestijne, af.
bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker jegens mr. H.M.H. de Koning, mr. E.C.P.M. Valckx en mr. T. van de Woestijne in de procedure met betrekking tot het wrakingsverzoek met zaaknummer 17/025 niet in behandeling wordt genomen.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.W. Brunt, voorzitter,
mr. M.F.M.T. Franke en mr. C.A. Mandemakers, leden, en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.