Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
9 november 2018.
Rechtbank Oost-Brabant
Verzoekers namen een perceel in gebruik voor het plaatsen van woonwagens/caravans en maakten aarden wallen rondom. De gemeente legde een last onder dwangsom op vanwege overtreding van het bestemmingsplan. Na het niet verwijderen van de caravans werd een last onder bestuursdwang opgelegd om de caravans binnen 96 uur te verwijderen.
Verzoekers stelden dat het gebruik van het terrein een betoging betrof, waardoor het grondrecht op vergadering en betoging zou gelden. De voorzieningenrechter oordeelde dat het perceel niet als openbare plaats kwalificeert en het gebruik van het terrein voor betoging niet beschermd wordt door artikel 9 Grondwet Pro in combinatie met de Wet openbare manifestaties.
De voorzieningenrechter verwees naar eerdere uitspraken en stelde dat het verbod op gebruik zonder omgevingsvergunning en in strijd met het bestemmingsplan niet terzijde wordt gesteld door het grondrecht op betoging. Er waren geen gewijzigde bijzondere omstandigheden die handhaving in redelijkheid in de weg stonden.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en het besluit tot last onder bestuursdwang gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder bestuursdwang voor het plaatsen van caravans wordt afgewezen.