In deze zaak vordert eiser ontruiming van een bedrijfsruimte die door FCB wordt gehuurd en geëxploiteerd als Albert Heijn supermarkt. De huurovereenkomst is opgezegd per 25 januari 2019. Eiser stelt dat FCB tekortschiet in nakoming door late huurbetaling en gebrekkige exploitatie, mede doordat de franchiseovereenkomst met Albert Heijn is ontbonden en bevoorrading is gestaakt.
FCB voert verweer onder meer met het betwisten van het verhuurderschap van eiser en het ontbreken van een spoedeisend belang. De rechtbank stelt vast dat eiser als opvolgend verhuurder geldt en dat FCB huurachterstand heeft, maar dat de supermarkt en andere winkels in het pand nog open zijn.
De rechtbank oordeelt dat het spoedeisend belang voor ontruiming vóór het einde van de huurovereenkomst onvoldoende is aangetoond. De huurachterstand betreft slechts één maand en de exploitatie is weliswaar gebrekkig, maar niet zodanig dat onmiddellijke ontruiming gerechtvaardigd is. Bovendien is een nieuwe huurder gevonden die na afloop van de overeenkomst het pand zal exploiteren.
De vordering tot ontruiming wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.