Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 december 2018 in de zaak tussen
[naam] , te [woonplaats] , eiser,(gemachtigde: [naam] )
de heffingsambtenaar van de gemeente Best, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
de getaxeerde waarde van de onroerende zaak, ontbreekt volledig. Ter zitting heeft verweerder bovendien toegelicht dat de range is vastgesteld op basis van zijn gevoel en ervaring. Daarmee berust de door verweerder getaxeerde waarde op een schatting van verweerder die de rechtbank, zonder onderbouwing, niet aannemelijk acht.
De in artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ vervatte overdrachtsfictie staat er immers niet aan in de weg dat bij de waardering van een onroerende zaak rekening moet worden gehouden met de waardedrukkende invloed van een bestemmingsplan die de kring van gegadigden voor de verkrijging van de onroerende zaak beperkt, omdat niet elke potentiële koper de zaak mag bewonen. Dat hiervan sprake is, volgt uit wat verweerder daarover in zijn verweerschrift heeft opgemerkt. Verweerder heeft immers onweersproken gesteld dat alleen sprake kan zijn van een bedrijfswoning, overeenkomstig het bestemmingsplan, als die woning onlosmakelijk verbonden is met een bedrijfspand. Bij de woning van eiser ontbreekt die relatie en is aldus sprake van bewoning in strijd met het geldende bestemmingsplan. Weliswaar heeft verweerder ter zitting verklaard dat, in zijn opvatting, het wel toegestaan is dat in de woning tevens een studio wordt gevestigd voor bijvoorbeeld (kleinschalige) bedrijfsactiviteiten, maar eiser heeft dit gemotiveerd bestreden. Eiser heeft namelijk naar voren gebracht dat een potentiële koopster zich heeft gemeld die in de woning een nagelstudio wilde vestigen, maar na overleg met de gemeente is duidelijk geworden dat deze bedrijfsactiviteit niet was toegestaan. Verweerder heeft zijn stelling dat een dergelijke bedrijfsvoering in de woning wel mogelijk is verder op geen enkele wijze (met stukken) onderbouwd. Het bestemmingsplan heeft daardoor voor de woning van eiser een waardedrukkende invloed, omdat zijn woning niet als woning verkoopbaar is. Dat de gemeente Best gedoogt dat eiser zijn woning bewoont, maakt dit niet anders omdat dit gedogen persoonsgebonden is. november