ECLI:NL:RBOBR:2018:6564
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H.P.G. Wielders
- J.W.H. Renneberg
- P.T. Heblij
- Rechtspraak.nl
Schorsing van vervolging wegens ernstig hersenletsel en ontoereikend procesbegrip verdachte
Verdachte wordt verdacht van poging tot doodslag, bedreiging, wapenbezit, drugshandel, witwassen en gebruik van vals geschrift. Na een schietincident op 21 februari 2013 liep verdachte ernstig hersenletsel op, met een basofrontaalsyndroom dat zijn cognitieve en communicatieve vermogens ernstig aantast.
De rechtbank stelde vast dat verdachte door dit letsel niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen en geen adequaat procesverweer kan voeren. Deskundigen rapporteerden over zijn ernstige geheugenverlies, apathie, gebrek aan ziekte-inzicht en beperkte mentale flexibiliteit.
Op grond hiervan besloot de rechtbank de vervolging te schorsen op grond van artikel 16 Wetboek Pro van Strafvordering. Dit betekent dat de strafzaak voorlopig niet verder wordt behandeld, inclusief het horen van getuigen en het beslissen op vorderingen van benadeelden.
De schorsing geldt zolang verdachte niet in staat is om de vervolging te begrijpen, waardoor het procesrechtelijke belang van een eerlijk proces prevaleert boven voortzetting van de strafprocedure.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant op 1 april 2014.
Uitkomst: De vervolging van verdachte wordt geschorst wegens ernstig hersenletsel waardoor hij de vervolging niet kan begrijpen.