ECLI:NL:RBOBR:2018:6566
Rechtbank Oost-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vaststelling lijst geldelijke regelingen Weerijs-Zuid wegens niet tijdige pachtregistratie en overige grieven
Verzoeker stelde beroep in tegen de vastgestelde lijst geldelijke regelingen (LGR) Weerijs-Zuid, waarbij hij onder meer betoogde dat pachtgronden ten onrechte niet waren meegewogen bij de beoordeling van het verkavelingsnut. Tevens vorderde hij vergoeding van kosten voor kwaliteitsverbetering van een perceel, schade wegens verkleining van het bouwblok en kosten voor het uitzetten van grenzen tussen pacht- en eigendomspercelen.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tijdig moest worden ingediend met vermelding van de gronden, maar gaf verzoeker toch de mogelijkheid deze later aan te vullen vanwege zwaarwegend belang en misvatting over toepasselijke procesregels. De primaire grief over niet-ontvankelijkheid werd daarom verworpen.
Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat de pachtregistratie te laat was ingediend, waardoor pachtgronden niet in de beoordeling konden worden betrokken. De kosten voor kwaliteitsverbetering en grensuitzetting werden niet vergoed, en de vordering tot vergoeding van schade door verkleining van het bouwblok werd afgewezen omdat verzoeker niet meewerkte aan een planologische oplossing.
De rechtbank verklaarde het beroep in zijn geheel ongegrond en bepaalde dat partijen elk hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de lijst geldelijke regelingen Weerijs-Zuid wordt ongegrond verklaard en verzoeker draagt zijn eigen proceskosten.