ECLI:NL:RBOBR:2018:6568
Rechtbank Oost-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding voor ingebracht grond en bomen in herverkavelingsblok Weerijs-Zuid
Verzoekster stelde beroep in tegen de vastgestelde lijst geldelijke regelingen (LGR) in het herverkavelingsblok Weerijs-Zuid, waarin zij vergoeding voor 20 eiken en voor 80 m² grond onder een openbare weg betwistte. De rechtbank oordeelde dat verzoekster niet-ontvankelijk was in haar grief over de bomen, omdat deze niet door haar waren ingebracht maar door haar broer, en zij geen zienswijze op dit punt had ingediend.
Ten aanzien van de vergoeding voor de grond onder de Oekelseheidestraat stelde verzoekster dat de vergoeding van € 1,00 niet marktconform was en dat de grond meer waard zou zijn, mede gelet op haar betaalde watersysteemheffing. Verweerder stelde dat de weg een openbare weg is, opgenomen in het inrichtingsplan, en dat de taxatie op marktwaarde gebaseerd was met gebruik van de comparatieve methode.
De rechtbank oordeelde dat de taxatie deugdelijk was onderbouwd, dat de weg als openbare weg te handhaven is en dat de vergoeding van € 1,00 passend is gezien de beperkte marktwaarde van grond onder openbare wegen. De grief over de vergoeding werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar grief over de bomen en haar beroep over de vergoeding van de grond is ongegrond verklaard.