ECLI:NL:RBOBR:2018:6574
Rechtbank Oost-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen Lijst geldelijke regelingen Weerijs-Zuid met betrekking tot vergoeding kosten en waardebepaling gronden
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de Lijst geldelijke regelingen (LGR) Weerijs-Zuid, waarin hij diverse vergoedingen en waarderingen betwist. De rechtbank oordeelt dat verzoeker ondanks het aanvankelijk ontbreken van gronden in het verzoekschrift ontvankelijk is, omdat hem een aanvultermijn is gegund.
De rechtbank beoordeelt de grieven van verzoeker, waaronder de vergoeding van kosten gemaakt in de ruilplanprocedure, inrichtingskosten, waardering van nihil-elementen, berekening van het ontsluitingsnut, en de uitzetting van kadastrale grenzen. Slechts twee grieven worden gegrond verklaard: de waardering van een landschapselement en van een waterloop worden aangepast in de LGR.
Andere grieven, zoals vergoeding van zelf verrichte kavelaanvaardingswerken, kosten voor opvulling van laagtes, heruitzetting van grenzen, en hogere waardering van bomen, worden ongegrond verklaard. Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in enkele aanvullende vergoedingsverzoeken die reeds zijn toegekend.
Tot slot veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van verzoeker. De uitspraak bevestigt de toepassing van de marktwaarde als uitgangspunt bij waardering en benadrukt de noodzaak van duidelijke afspraken en bewijs bij vergoeding van kosten.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt de LGR deels door opname van twee verrekenposten, wijst overige grieven af en veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker.