Uitspraak
1.De procedure
perceel [perceel/kavelnummer], rb.) te bepalen.
Rechtbank Oost-Brabant
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de vaststelling van de lijst geldelijke regelingen (LGR) Weerijs-Zuid, waarbij hij meerdere grieven aanvoerde, waaronder het ontbreken van grensuitzetting bij zijn perceel, onduidelijkheid over kadastrale grenzen, vergoeding van gemaakte kosten in het kader van het ruilplan, vergoeding van wensgrond en onjuiste vaststelling van de agrarische verkeerswaarde.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker ondanks het aanvankelijk ontbreken van gronden in het verzoekschrift alsnog ontvankelijk was, omdat herstel mogelijk was zonder nadelige gevolgen voor verweerder. De rechtbank ging vervolgens inhoudelijk in op de grieven en concludeerde dat de gronden onvoldoende waren onderbouwd of niet aannemelijk gemaakt konden worden. Zo was het gebruikte systeem voor luchtfoto’s te onnauwkeurig om afwijkingen in kadastrale grenzen aan te tonen, en was de vergoeding voor gemaakte kosten reeds vastgesteld in eerdere procedures.
Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en compenseerde de proceskosten tussen partijen, waarbij elk zijn eigen kosten draagt. De beslissing werd gegeven door mr. G.J. Roeterdink en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de lijst geldelijke regelingen Weerijs-Zuid wordt ongegrond verklaard en de proceskosten worden gecompenseerd.