Verweerder voert aan dat de WOZ-waarde niet de goede grondslag is voor het bepalen van de waarde in het kader van de landinrichting. De WOZ-waarde wordt door de gemeente namelijk vastgesteld met een computermodel en is niet gebaseerd op wat een onroerende zaak zou opleveren als het zou worden verkocht. De oppervlakte waarmee de huiskavel is verkleind behoorde fysiek niet tot de huiskavel en kende ernstige juridische beperkingen. Naar aanleiding van de zienswijze heeft verweerder de heer [naam taxateur] van [naam taxateur] Rentmeester & Adviesbureau B.V. (hierna: de taxateur) opdracht gegeven om advies uit te brengen omtrent de waarde van (onder meer) de door verzoeker ingebrachte weg. De van de taxatie uitgebrachte rapporten “ [verzoeker] februari 2018” en “Wegen maart 2018” zijn als respectievelijk bijlage 13 en bijlage 14 bij het verweerschrift gevoegd. Verweerder is van mening dat de naar aanleiding van de zienswijze berekende vergoeding juist is. Verweerder voert daaromtrent het volgende aan.
Een deel van de weg met een oppervlakte van 0.25.65 ha had op het moment van de vaststelling van het Inrichtingsplan ingevolge het bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Zundert van 1978 de bestemming ‘Verkeersdoeleinden, met de nadere aanduiding ‘te handhaven zandpad’. Volgens het door de taxateur uitgebrachte waardeadvies van maart 2018 (bijlage 14) kan aan een dergelijke weg een vermogenswaarde worden toegekend van € 1,00 de massa.
Het andere gedeelte van de weg, met een oppervlakte van 0.37.60 ha had op het moment van vaststelling van het Inrichtingsplan de bestemming ‘Agrarisch gebied met landschappelijke waarde’. Volgens het door de taxateur uitgebrachte waardeadvies van maart 2018 (bijlage 13) kan aan dit gedeelte van de weg een vermogenswaarde worden toegekend van € 11.280,00. Zodoende is in de LGR voor het verlies van de onder de weg gelegen grond een bedrag van € 11.280,00 opgenomen.
In de Nadere Regels is onder 4.3. bepaald dat straatklinkers worden verrekend tegen
€ 2,00/m². Deze waarde is gebaseerd op twee uitspraken van de rechtbank Breda in de ruilverkaveling “Zundert” van respectievelijk 8 maart 2012 en 15 maart 2012. Daarin heeft de rechtbank Breda geoordeeld dat een vergoeding van € 2,00/m² voor “oude gebakken klinkers” redelijk en billijk is. In de ruilverkaveling De Hilver, die in 2013 is uitgevoerd, heeft de rechtbank Breda die lijn gehandhaafd.
Wat betreft de waarde van de bomen dient onder de “waarde in het maatschappelijk verkeer” te worden verstaan de economische verkeerswaarde. Verweerder verwijst naar de uitspraak van de Hoge Raad van 7 mei 2010 (ECLI:NL:HR:2010:BL9550). Daarin heeft de Hoge Raad een uitspraak van de rechtbank Almelo (inz. ruilverkaveling Den Ham-Lemele) d.d. 3 september 2008 bevestigd. In de uitspraak van de rechtbank Almelo werd het verlies van de bomen vereenzelvigd met de situatie in geval van onteigening. Uitgegaan werd hier van de economische waarde, zijnde de waarde van “hout op stam”. In het algemeen deel van de Nota van zienswijzen is onder 2.3.3. uiteen gezet op welke wijze de schade als gevolg van het verlies van bomen is bepaald. Deze werkwijze is geheel in lijn met de aangehaalde gerechtelijke uitspraken. Tijdens de in het kader van de ingediende zienswijze gehouden hoorzitting is het berekende aantal kubieke meters hout, op basis van aantal, hoogte en diameter van de bomen aan verzoeker toegelicht. De taxatie houtopstanden is opgenomen in bijlage 16 bij het verweerschrift. Het resultaat heeft geleid tot het in de lijst opnemen van een vergoeding van € 3.100,00.
Het in de zienswijze van verzoeker geclaimde bedrag van € 279.452,20 is blijkens de in dat kader overgelegde bijlage “waardebepaling bomen”, gebaseerd op de methode Raad. Dit is echter een methode om de belevingswaarde van een boom vast te stellen. Bij landinrichting gaat het niet om de belevingswaarde van een boom, maar om de economische waarde.