ECLI:NL:RBOBR:2018:6579
Rechtbank Oost-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging verkavelingsklasse en vergoeding onderhoud houtwal in landinrichtingszaak
Verzoekster stelde beroep in tegen de lijst der geldelijke regelingen (LGR) van het herverkavelingsblok Weerijs-Zuid, met name tegen haar indeling in verkavelingsklasse 3 en diverse schadeclaims.
De rechtbank oordeelde dat de toedeling van verzoekster niet gerechtvaardigd in klasse 3 was, omdat de afstandsverkorting niet overwegend sterk was en een deel van de veldkavels zelfs verder van de bedrijfskavel lag dan voorheen. Daarom werd klasse 2 passend geacht. Verder werd geoordeeld dat de kavel ontsloten is aan de openbare weg ongeacht het aantal ontsluitingspunten, waardoor deze grief ongegrond bleef.
De claim voor vergoeding van bodemvreemd materiaal werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het sporadisch voorkomen van materiaal. Ook de stelling dat de gebruiksmogelijkheden slechter zijn door slechte ontwatering werd verworpen omdat onvoldoende bewijs was geleverd dat aardappelteelt op de inbreng mogelijk was en de ontwatering vergelijkbaar was.
Ten aanzien van de houtwal werd verzoekster niet-ontvankelijk verklaard voor vergoeding van de ondergrond, omdat dit niet in het verzoekschrift was opgenomen. Wel werd een vergoeding van €2.400 toegekend voor onderhoudskosten van de houtwal, gebaseerd op een redelijke berekening. De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: De verkavelingsklasse is gewijzigd naar klasse 2 en een vergoeding van €2.400 voor onderhoud houtwal toegekend; overige grieven ongegrond.