Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verzoeker sub 2],
ERVEN [verzoeker sub 3],
[verzoeker sub 4],
[verzoeker sub 5],
1.De procedure
2.De LGR
3.De beoordeling
4.De beslissing
20 februari 2019 om 9.00 uur;
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant behandelde het beroep van verzoekers tegen de lijst geldelijke regelingen (LGR) voor het herverkavelingsblok Weerijs-Zuid, vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Hoewel verweerder niet-ontvankelijkheid bepleitte wegens late indiening van gronden, werd verzoekers toch ontvankelijk verklaard vanwege zwaarwegend belang en herstelmogelijkheid.
De rechtbank benadrukte dat de LGR uitsluitend de financiële afwikkeling van de herverkaveling betreft en dat de uitkomst van het ruilproces vaststaat. Verzoekers moesten concreet aangeven welke onderdelen van de LGR zij betwisten. Verzoeken van enkele verzoekers werden afgewezen wegens het ontbreken van concrete grieven die tot wijziging konden leiden.
Voor verzoeker sub 2 werd vastgesteld dat aanvullende onderzoeken nodig zijn naar verschillen in gebruikswaarde en kwaliteit tussen ingebrachte en toegedeelde kavels, waaronder vochtproblemen en schaduwschade, alsmede naar de agrarische meerwaarde van de inbreng. De zaak werd daarom verwezen naar de meervoudige kamer voor nadere behandeling. Verder werd vastgesteld dat geen nieuwe erfdienstbaarheid of last is ontstaan en dat geen aanspraak op schadevergoeding bestaat wegens ontheffingen of vanggewas.
Uitkomst: Verzoekers ontvankelijk verklaard, verzoeken van sub 1, 3, 4 en 5 afgewezen, zaak verwezen voor nader onderzoek naar meervoudige kamer.