ECLI:NL:RBOBR:2018:6743
Rechtbank Oost-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Klacht ongegrond verklaard over intrekking tuinpas bij TBS-patiënt
Betrokkene verblijft in een TBS-kliniek en beschikte over een tuinpas die hem het privilege gaf zich vrij te bewegen in de binnentuin. Na het aantreffen van drugs bij een bezoeker en een vals biljet bij betrokkene werd zijn tuinpas ingetrokken. Betrokkene stelde dat de maatregel disproportioneel was en dat er geen individuele afweging had plaatsgevonden.
De rechtbank stelde vast dat de tuinpas een privilege is dat wordt toegekend na positieve beoordeling in een zorgplanbespreking met tien criteria, waaronder geen drugsgebruik. De intrekking van de tuinpas vond plaats op basis van overtredingen van deze criteria. De algemene bewegingsvrijheid binnen de instelling bleef ongewijzigd.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking van de tuinpas geen beperking van de bewegingsvrijheid in de zin van artikel 40, derde lid Wet BOPZ inhoudt, omdat betrokkene dezelfde algemene bewegingsvrijheid behield als andere patiënten. De klacht werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De klacht van betrokkene over de intrekking van zijn tuinpas wordt ongegrond verklaard omdat dit geen beperking van zijn bewegingsvrijheid is zoals bedoeld in artikel 40, derde lid Wet BOPZ.