ECLI:NL:RBOBR:2018:835
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onvoldoende motivering UWV bij beoordeling ziekte-inzicht arbeidsongeschikte
Eiser, werkzaam als Senior Product & Process Specialist, meldde zich ziek na een verkeersongeval waarbij hij hersenletsel opliep. Het UWV stelde dat eiser beperkt was tot bepaalde functies met een arbeidsongeschiktheid van 66,16%. Eiser betwistte dit en stelde dat zijn beperkingen, mede door niet aangeboren hersenletsel, onderschat waren, met name op cognitief vlak en ziekte-inzicht.
De rechtbank beoordeelde het verzekeringsgeneeskundig onderzoek als zorgvuldig en vond dat het UWV voldoende rekening had gehouden met de fysieke en cognitieve beperkingen van eiser. Wel oordeelde de rechtbank dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom geen beperking was aangenomen voor het ziekte-inzicht van eiser, ondanks aanwijzingen uit medische rapporten en een jobcoach.
De rechtbank vernietigde daarom het bestreden besluit vanwege dit motiveringsgebrek en stelde het UWV in de gelegenheid het gebrek binnen vier weken te herstellen. Eiser krijgt vervolgens de gelegenheid om binnen vier weken schriftelijk te reageren op de herstelpoging. De verdere beslissing wordt aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: Het UWV krijgt de gelegenheid het motiveringsgebrek over ziekte-inzicht te herstellen binnen vier weken.